reisbus

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een groot voertuig voor het vervoeren van een groot aantal passagiers over een langere afstand
    Vanochtend is in het Duitse Oberfranken een reisbus tegen een vrachtwagen gereden. 30 van de 46 inzittenden raakten gewond, onder wie twee levensgevaarlijk. De autoriteiten gaan ervan uit dat alle andere inzittenden om het leven gekomen zijn.de Standaard 03/07/2017 om 15:48 door gn/blg [http://www.standaard.be/cnt/dmf20170703_02954151 Al elf lijken geïdentificeerd in uitgebrande Duitse reisbus ]
    Een reisbus uit Duitsland is vrijdagavond in het Oostenrijkse Tirol tien meter omlaag gestort langs een helling na een botsing met een personenwagen. In de bus zaten 29 mensen, zo maakte de politie bekend. Er vielen twaalf gewonden, onder hen ook twee zwaargewonden.de Standaard 04/11/2016 om 20:02 door adm [http://www.standaard.be/cnt/dmf20161104_02555905 Reisbus stort tien meter omlaag in Oostenrijk ]

Vertalingen

Engelstouring coach, coach