reischaaf
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈrɛisxaf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (gereedschap) lange rechte schaaf die wordt gebruikt om hout zuiver glad en op maat te schaven
Etymologie
*uit "reischaaf"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*uit "reischaaf"