reiskosten

meervoud/ˈrɛiskɔstə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. financieel, verkeer (financieel), (verkeer) hoeveelheid geld die je voor een reis moet uitgeven
    De reiskosten voor het woon-werkverkeer worden meestal door de werkgever betaald.
    De reiskosten waren in mijn geval ook best prijzig, aangezien ik vanuit Nederland naar San Diego moest vliegen (en terug vanaf Seattle), wat rond de 700 euro kostte.

Vertalingen

Engelstraveling expenses
Fransfrais de déplacement
DuitsReisekosten
Spaansgastos de viaje
Zweedsreskostnader