reissector

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bedrijfskunde, toerisme (bedrijfskunde), (toerisme) alle bedrijven die zich specialiseren in reizen en toerisme
    Het gaat goed met de reissector. Dat is vooral te danken aan 65-plussers. Die gaan steeds vaker op vakantie en geven dan veel geld uit, blijkt uit onderzoek van reisbrancheorganisatie ANVR, het Nationaal Ouderenfonds en ABN Amro.
    Hij is blij met het grote aantal maatschappijen dat van Schiphol vertrekt. "Als reissector zijn wij blij met al die directe verbindingen. Ik ken geen andere luchthaven van zo'n klein land met zoveel directe verbindingen."