reizigersdiarree

vrouwelijk (de)/ˈrɛizəɣərzˌdijaˌre/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. aandoening van mensen die op vakantie zijn, die gekenmerkt wordt door waterige ontlasting
    Het norovirus leidt tot gastro-enteritis of reizigersdiarree en dat levert de symptomen op die zondag waarneembaar waren bij de ziek geworden personen. Dit virus wordt makkelijk doorgegeven via contact met mensen of voorwerpen die besmet zijn. De Standaard 18/05/2016 [http://www.standaard.be/cnt/dmf20160518_02295138 Vergiftiging op camping in Dinant: norovirus in stalen aangetroffen]
    Omdat mensen verder en avontuurlijker reizen dan vroeger, is een ziektegeval niet altijd zonder risico, benadrukt VAB. De mobiliteitsorganisatie waarschuwt onder meer voor reizigersdiarree of ‘turista’ en raadt aan om rauw voedsel en kraantjeswater ter vermijden. De Standaard 15/07/2018 om 11:26 door rdc [http://www.standaard.be/cnt/dmf20180715_03614246 Al 15 procent meer zieken op vakantie dan vorig jaar]