rekenarij

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de handeling van het (nutteloos, slordig, klunzig, manipulerend) rekenen
    Als je tegen de kiezer zegt dat de EU ons een maandsalaris oplevert, zo hield hij zijn gehoor voor, dan krijg je meteen de vraag: waar is dat maandsalaris dan? Zulke rekenarij - zoals het Centraal Planbureau eerder heeft gedaan - is dan ook zinloos.
    Die 'rekenarij' zorgt volgens Milieudefensie voor 'een structurele onderschatting van de werkelijkheid'.

Etymologie

* van rekenen