rekenen
/ˈrekənə(n)/
Wat is de betekenis van rekenen?
rekenen betekent: (inerg) (wiskunde) getallen manipuleren
Betekenis
werkwoord
- (inerg) (wiskunde) getallen manipuleren
- (inerg) in rekening brengen, factureren
- (inerg) ~ op vast vertrouwen op de uitkomst van een berekening of afspraak
Voorbeelden van "rekenen" in een zin
- Hij rekent erg langzaam, maar wel foutloos.
- Het zou ook kunnen, gingen ze verder, dat ouders hun eerste 'hoger' inschatten omdat die, vergeleken met de tweede, nu eenmaal heel lang op een hoger niveau aan het werk is - al prinsessen tekent wanneer de tweede alleen nog maar vellen papier volkrast, al kan rekenen wanneer de tweede nog moet leren tellen.
- Deze garage rekent veel voor het vervangen van een uitlaat.
- Daar was niet op gerekend.
- De winnaars in een klein aantal prestigieuze spelen - zoals in Olympia en Delphi - kregen slechts een krans, maar bij terugkeer konden ook zij rekenen op een financiële beloning door hun stad.
Etymologie
*rekenen op
Uitdrukkingen
- Jezelf rijk rekenen — Denken dat je in een gunstiger positie bent dan in feite het geval is
- Reken maar! — Ga er maar van uit dat dat zo is (vgl. Daar kun je donder op zeggen)
Vertalingen
Engelscalculate, charge, bill
Duitsrechnen, berechnen
Spaanscalcular, contar, cobrar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek