rel

mannelijk (de)/rɛl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een verstoring van de openbare orde door een menigte, meestal gepaard gaand met geweld en politieoptreden
    Na de geruchtmakende arrestatie van die bekende leider kwam het tot relletjes.
  2. figuurlijk (figuurlijk) gebeurtenis die opschudding wekt
    De moord leidde tot een diplomatieke rel tussen Duitsland en Rusland. Duitsland zette in december twee Russische diplomaten uit. Moskou beantwoordde dat met de uitwijzing van twee Duitse diplomaten.
  3. dierkunde, verouderd (dierkunde) (verouderd) gang van muis en andere knaagdieren
  4. (meestal in samenstellingen) een ondiepe, gegraven geul in de duinen waarin zich kwelwater kan verzamelen
    Deze rel is ideaal voor salamanders, kikkers en padden, maar ook vogels komen er graag.

Etymologie

*[3][4]: Nevenvorm van "ril".

Vertalingen

Engelsriot
Fransémeute, baroufle
DuitsAufstand, Aufruhr, Krawall
Spaansdisturbio, tumulto