relatiebreuk
mannelijk/vrouwelijk (de)/rəˈla(t)sibrøk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het beëindigen van een liefdesverhouding tussen partnersAnnemijn (33) heeft spijt van haar relatiebreuk. Ze mist haar ex meer dan ze ooit had verwacht.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek