remigreren
/remiˈɣrerə(n)/
Betekenis
werkwoord
- terugkeren naar het land waaruit men eerder geëmigreerd is‘Als de kinderen het huis uit zijn, willen heel wat senioren kleiner wonen vanwege het onderhoud’, verduidelijkt hij. ‘Dat kan een argument zijn om te remigreren, zeker voor wie rekening houdt met de dag dat hij zorgbehoevend wordt.’ ‘De vastgoedsector speelt daarop in. In Maastricht mikt het project Lindenkruis niet alleen op de fiscale remigrant, maar ook op Nederlanders die hun oude dag in eigen land willen doorbrengen omdat de ouderenzorg daar betaalbaarder en voor hen ook herkenbaarder is.’ de Standaard 27 OKTOBER 2014 Rudi SmeetsNu remigreren jaarlijks zo'n duizend mensen naar Marokko. Volkskrant 29 september 2015
Etymologie
* van Latijn "remigrare" ; op te vatten als afleiding van emigreren
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek