reminiscentie

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. door een waarneming opgeroepen herinnering
    Wat is het toch dat ik steeds weer mijn oude jongensboeken herlees en dat die me nooit vervelen? Is het de reminiscentie aan de oerwereld van mijn kindertijd? Thuis hadden wij op zolder een oude commode staan waarin de zondagsschoolboeken van mijn ouders zaten. Als kind zat ik vaak in die commode te neuzen en ontdekte daar de mooiste boeken.

Etymologie

* uit het Frans