Remise

vrouwelijk (de)/rə'miːzə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. spel (spel) bij spelen zoals dammen en schaken: een onbeslist einde van de partij
    De twee schakers kwamen na 4 uur schaken remise overeen.
  2. transport (transport) bergplaats voor openbare voertuigen zoals trams
    De trams reden iedere avond terug naar de remise.
  3. financieel (financieel) overboeking, overmaking
  4. uitstel
  5. bouwkunde (bouwkunde) versterkte bergruimte in een vestingwerk
  6. koetshuis
  7. jachttaal (jachttaal) bosje kreupelhout
  8. sport (sport) houw of steek die bij het schermen onmiddellijk volgt op een aanvallende houw of steek

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘stalling voor voertuig’ voor het eerst aangetroffen in 1771. De specifieke betekenis "gelijkspel" is een verkorting van het Franse partie remise.