remklep

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleppen van een vliegtuig die zorgen voor het verminderen van vaart tijdens de landing
    De piloot, die naar aanleiding van het ongeval door Garuda werd ontslagen, hield vol dat de remkleppen van de vleugels niet goed hadden gefunctioneerd en dat het toestel daardoor met te hoge snelheid was geland. Ondanks het ontslag was hij gekleed in zijn uniform als piloot van de nationale luchtvaartmaatschappij. Hij verklaarde in beroep te gaan. De Telegraaf 15 nov. 2012 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1244537/piloot-garuda-veroordeeld-voor-ernstig-ongeval Piloot Garuda veroordeeld voor ernstig ongeval]
    ,,Een afscheid met dubbele gevoelens’’, noemt Boet Kreiken het. Hij werkte als directeur van KLM Cityhopper jarenlang met de toestellen, maar gaf ook leiding aan de uitfasering ervan. Kreiken roemt de bijzondere remkleppen van de Fokker 70 en de uitklapbare trapdeur, ,,die je tegenwoordig eigenlijk alleen nog maar in dure zakenjets ziet’’. De Telegraaf 26 okt. 2017 [https://www.telegraaf.nl/financieel/930945/klm-s-afscheid-van-fokker-niet-zonder-emotie KLM's afscheid van Fokker niet zonder emotie]
  2. kleppen in de wieken van een molen die ervoor zorgen dat de wieken minder snel draaien

Vertalingen

Engelsbrake flap, air brake, braking valve