remmer

mannelijk (de)/ˈrɛmər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheikunde, biologie (scheikunde) (biologie) stof die een remmende werking uitoefent, die de reactiesnelheid vertraagt
  2. iets of iemand die zorgt voor het verminderen van de snelheid van een voertuig

Etymologie

*afgeleid van remmen

Vertalingen

Spaansinhibidor