remming
vrouwelijk (de)/ˈrɛmɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (waterbeheer), (scheepvaart) langgerekt raamwerk van houten palen dat, ter bescherming tegen aanvaringen van een brug, kade, sluis en dergelijke in het water langs de oever is geplaatstWachtende schepen kunnen er tijdelijk aan vastmaken.Achter de remming lag een werkschuit afgemeerd.
- (medisch) verzwakking van de werking van een prikkel
- (psychologie) onderdrukking van gedrag of gevoelens
Etymologie
* van remmen
Vertalingen
Engelsinhibition
Fransinhibition
DuitsInhibition
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek