remvoering

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bekleding van een remblok
    Bovendien bracht hij sinds jaar en dag de tractoren van Gombrowski door de keuring, met of zonder remvoering, en Gombrowski speelde skaat met de burgemeester en doneerde elk jaar een paar vaten bier aan de vrijwillige brandweer.