remvoering
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bekleding van een remblokBovendien bracht hij sinds jaar en dag de tractoren van Gombrowski door de keuring, met of zonder remvoering, en Gombrowski speelde skaat met de burgemeester en doneerde elk jaar een paar vaten bier aan de vrijwillige brandweer.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek