renoveren

/rənoˈverə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) opknappen, repareren, vernieuwen
    Volgend jaar gaan zij beginnen dit huis te renoveren.

Etymologie

*afgeleid van het Franse rénover () [https://fr.wiktionary.org/wiki/rénover Wiktionnaire]

Vertalingen

Engelsrenovate, renew
Fransrénover
Duitsrenovieren
Spaansrenovar
Deensrenovere