repareren

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) iets weer in werkende staat brengen
    Ik heb de kapotte auto gerepareerd.
    Met een hoop handgebaren lukte het uiteindelijk om de manager van het bezoekerscentrum duidelijk te maken wat ik nodig had om mijn nepzonnebril te repareren.

Etymologie

* van het Franse réparer ()

Vertalingen

Engelsrepair
Fransréparer
Duitsreparieren
Spaansreparar, arreglar, componer
Italiaansriparare
Poolsnaprawiać