repatriant
mannelijk (de)/ˌrepatriˈjɑnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (persoon) iemand die terugkeert naar het vaderlandWincenty Zolotar is pas in 1958 naar Guty gekomen, dit modderdorp aan de rand van Europa, aan het verste eind van Polen, in Mazurië. Jarenlang had hij geprobeerd weg te komen uit zijn geboortedorp Zolotarje, dat in 1945 opeens tot de Sovjet-Unie was gaan behoren. Via via was hij naar Guty gekomen, een beetje hulp van de staat had hij gehad, als repatriant, maar veel was het niet.
Etymologie
*afgeleid van "repatriëren"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek