Repel

mannelijk (de)/ˈrepəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. getand werktuig om vlas of hennep van zaadbollen van het te ontdoen
zelfstandig naamwoord
  1. lange, smalle strook van buigzaam materiaal
  2. lange, smalle strook grond

Etymologie

*[B] van Middelnederlands "reypel" "zadelriem", op te vatten als afgeleid van "reep"

Vertalingen

Engelsripple
Fransdrège
DuitsRiffel