Repel
mannelijk (de)/ˈrepəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- getand werktuig om vlas of hennep van zaadbollen van het te ontdoen
zelfstandig naamwoord
- lange, smalle strook van buigzaam materiaal
- lange, smalle strook grond
Etymologie
*[B] van Middelnederlands "reypel" "zadelriem", op te vatten als afgeleid van "reep"
Vertalingen
Engelsripple
Fransdrège
DuitsRiffel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek