repetent
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- docent die studenten voorbereid op een examen, of de student zelf die zich voorbereid op een examen
- muziekstuk dat bestaat uit zich herhalende delenOp het ogenblik wordt in Amsterdam het International Documentary Film Festival Amsterdam (IDFA) gehouden. Hierin wordt ook die documentaire vertoond over Canto Ostinato, dat wonderlijk repetente, vloeiende, meeslepende muziekstuk. NRC Marjoleine de Vos 25 november 2011
- steeds terugkerende decimaal of decimalen bij een repeterende breukBarbé noemde maandagavond Terneuzense werklozen 'weinig gemotiveerd' om een baan te zoeken. Toen Piscaer daarop reageerde noemde Barbé hem 'nul komma nul repetent.Barbé heeft gisteren de manier waarop hij zich uitdrukte over langdurig werklozen 'ongelukkig' genoemd. Hij blijft echter achter de inhoud van zijn opmerking staan. Volkskrant 21 april 1994,In de bespreking van het boek 'The Mystery of Numbers' in het boekenbijvoegsel van 28 augustus beweert Dirk van Delft dat 'in de Mahabharata veelvouden van 33 verbonden (worden) met goden, tot 33.333 aan toe'. Nu is 33.333: 33 gelijk aan 1010.09 repetent. Als dit zou voldoen aan de definitie van veelvoud, dan is elk getal een veelvoud van elk ander getal dat kleiner is. NRC A. Jonker Amsterdam 4 september 1993
Etymologie
* uit het Engels
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek