repetitie

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het opnieuw uitvoeren van dezelfde handeling
    Nonchalant vloeiende alledaagse bewegingen wisselen af met korte, hoekige gebaren in patronen die zich langzaam uitbreiden door repetitie en variatie.Crepain Binst ArchitectureDominique PietersLannoo Uitgeverij, 2005{{ISBN|902096531X
  2. een gezamenlijke oefening ten bate van een uitvoering, concert e.d.
    Hij verscheen enigszins ontdaan op de repetitie
    Het was Karl. We zouden onze eerste repetitie kunnen starten op zondagochtend. Ik vertelde hem dat mij dat zeer goed uitkwam. {{Aut|Sandes, David
  3. een proefwerk opgelegd aan leerlingen of studenten
    We hebben overmorgen een repetitie Duits.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘herhaling’ voor het eerst aangetroffen in 1458

Uitdrukkingen

  • generale repetitiede laatste repetitie voor de première

Vertalingen

Engelsrepetition
Fransrépétition
Spaansensayo