Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

replicator

mannelijk (de)/ˌrepliˈkatɔr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. biochemie (biochemie) molecuul dat kopieën van zichzelf kan maken
    De ene school, voornamelijk vertegenwoordigd door biochemici en genetici, stelt dat het leven ontstond als een molecuul dat zichzelf kon vermeerderen, een zogeheten replicator die muteerde en evolueerde. De wieg van dit bijzondere molecuul stond in een rijke oersoep van suikers, vetten en aminozuren.
    Maar iets anders is veel minder onwaarschijnlijk, namelijk dat in de fameuze „oersoep" purinederivaten ontstaan zijn die zichzelf konden reproduceren. Dawkins noemt zulke stoffen „replicators", en ziet het begin van het ontstaan van het leven zó, dat zulke "replicators" een onderlinge "strijd" aangingen waarbij diegene, die zich het snelst kon repliceren, won.
  2. (sciencefiction) apparaat dat elk gewenst fysiek product maakt
    Ik heb het over de 3D-printer. (…) Uiteindelijk zal de printer alle mogelijke materialen in elke denkbare vorm kunnen gieten. Waar we heen gaan is de replicator uit Star Trek. Van T-shirts tot bloemen tot eten en drinken, of zelfs hele gebouwen: het is allemaal een kwestie van moleculen en hun ordening.
  3. effectenhandel (effectenhandel) beleggingsfonds dat de strategie van een bekender beleggingsfonds nabootst om zo tegen lagere kosten een vergelijkbaar rendement te kunnen bieden
    De replicators vertegenwoordigen ook niet zonder meer een grote bedreiging voor de hedgefondssector. Zij bieden eerder hedgefondsachtige strategieën aan degenen die niet over de tientallen miljoenen beschikken die nodig zijn om in de echte hedgefondsen te beleggen.

Etymologie

**[2] geïntroduceerd in de tv-serie die vanaf 1987 werd uitgezonden