residentie
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- verblijfplaats (van een staatshoofd)
- ambtsgebied van een rooms-katholieke geestelijke
- ambtsgebied van een resident in het vroegere Nederlands-Indië
- luxe flatgebouw
Etymologie
* van resideren
Vertalingen
Engelsresidence
Fransrésidence, residence
Spaanscorte, residencia
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek