residentie

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verblijfplaats (van een staatshoofd)
  2. ambtsgebied van een rooms-katholieke geestelijke
  3. ambtsgebied van een resident in het vroegere Nederlands-Indië
  4. luxe flatgebouw

Etymologie

* van resideren

Vertalingen

Engelsresidence
Fransrésidence, residence
Spaanscorte, residencia