Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

resj galoeta

mannelijk/vrouwelijk (de)/reʃ ɡa'luta/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. exilarch, leider van joden in Babylonië (tot ca. 1200)

Etymologie

* Herkomst: Aramees, letterlijk: 'hoofd van de ballingschap'