restafval
onzijdig (het)/ˈrɛstɑfɑl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- datgene dat overblijft nadat de gangbare afvalstromen (glas, blik, metaal, papier- en kartonafval, groente-, fruit- en tuinafval (gft), kca/kga en lompen) uit de hoofdstroom genomen zijnEr blijft maar weinig restafval over als je de andere afvalstromen apart verzamelt.Hij stak de speksteenkachel aan met vers hout, restafval van de houtbewerking waar meer dan genoeg van was. Wanneer hij 's avonds met zijn bouwtekeningen en berekeningen boven bij de petroleumlamp zat, elektrisch licht was er alleen op de benedenverdieping, kon hij de temperatuur zo hoog laten worden dat hij ten slotte alleen nog in zijn hemd zat.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek