reuzekans
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈrøzəˌkɑns/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- prachtige of goede kansMilan had nu de wind mee en kreeg met Olivier Giroud vlak voor de rust nog een reuzekans op de 2-1. De Fransman kreeg na de pauze wel zijn doelpunt. Op aangeven van Leão liet hij de bal in het doel draaien.
Etymologie
*(intensiverende)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek