revieren
/rəˈvirə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) (jachttaal) (van jachthonden) speurend heen en weer lopenIk weet nog dat mijn vader zei dat zijn hond haar ongetwijfeld bij het revieren had gevonden als hij toen nog honden zou hebben afgericht.
Etymologie
*: "revier" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek