richten

/ˈrɪxtə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) op een bepaald doel afstemmen
    Hij richtte zijn pijlen op een opening in hun wapenrusting.
  2. refl (refl) zich ~ op: een bepaald doel nastreven
    WikiWoordenboek richt zich op het weergeven van alle woorden in alle talen, beschreven in het Nederlands.
    ‘Dit virus en de maatregelen die wereldwijd worden genomen hebben wel enorme gevolgen voor de economie. Dat is dan zo, en daar zal de overheid zich ook op richten, maar nu gaat het om veiligheid. We moeten ons allemaal zo veel mogelijk aan de richtlijnen houden.’
  3. zich ~ tot: iemand toespreken
    Als hij zelfverzekerd door de loopgraven beende en zich tot de mannen richtte, kon hij net zo veel enthousiasme als hij wilde in zijn woorden leggen als hij refereerde aan de verpletterende nederlaag van de vijand die met een laatste salvo de genadeslag zou krijgen, maar de mannen gaven hem alleen wat vaag gemopper ten antwoord en stemden voorzichtigheidshalve zwijgend toe door naar hun kistjes te kijken. {{Aut|Lemaitre, Pierre

Etymologie

* In de betekenis van ‘rechtmaken, in een bepaalde richting laten gaan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100

Vertalingen

Duitszielen, richten, ausrichten
Italiaanspuntare