riempjes

meervoud/ˈrimpjəs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) bepaald soort sterrenmuurachtige plant,
    Riempjes staat op open, zonnige, op 's zomers droge tot vochtige, matig stikstofrijke en kalkarme, matig voedselrijke tot matig voedselarme, zwak zure bodems bestaande uit grof zand, lemige grond of uit fijn grind en staat verder op stenige plaatsen.

Etymologie

thumb| Deze rieten handtaswordt met twee leren riempjes gesloten.

Vertalingen

Spaanspasacaminos