rijbak
mannelijk (de)/ˈrɛibɑk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- omheinde, met zand bedekte ruimte waarin men op een paard kan rijdenMogelijk is Dumont met haar voet door de beugel van het zadel van haar paard geschoten en daarna met haar hoofd tegen een spijker in de rijbak gestoten.'We hadden onze rijbak vorige week helemaal vernieuwd': Van de rijbak voor de paarden van Saskia Mullenders was na een hoosbui weinig meer over.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek