rijden

/ˈrɛidə(n)/

Wat is de betekenis van rijden?

rijden betekent: (erga) zich verplaatsen met behulp van een voertuig

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) zich verplaatsen met behulp van een voertuig
  2. ov (ov) iemand met een voertuig ergens heen brengen
  3. zich voortbewegen op een rijdier (bijv. een paard)
  4. het zich rollend verplaatsen van een voertuig

Voorbeelden van "rijden" in een zin

  • Zij reden naar Amsterdam.
  • Daar zat ik dan, op meer dan drie uur rijden van het dichtstbijzijnde dorp met internet.
  • Hij heeft mij naar Amsterdam gereden.
  • Zij reed op een ruin.
  • Een jaar geleden was hij op een onverharde weg in het bos aan het kamperen toen er ’s nachts een crossmotor recht over zijn tent heen was gereden.

Betekenis en uitleg van rijden

Rijden betekent het voortbewegen op een voertuig, zoals een auto, fiets of paard. Het kan ook verwijzen naar het besturen van een voertuig op een specifieke route of weg.

Het woord 'rijden' wordt vaak gebruikt in het dagelijks leven, bijvoorbeeld wanneer je naar je werk gaat of een ritje maakt in de natuur. Het kan ook verschillende betekenissen hebben afhankelijk van de context, zoals 'rijden op een paard' of 'rijden op een motorfiets'. Daarnaast wordt het woord vaak gebruikt in combinatie met verschillende vervoersmiddelen, wat de veelzijdigheid ervan benadrukt.

Voorbeelden

  • Ik houd ervan om in het weekend te rijden met mijn vrienden naar het strand.
  • Tijdens de vakantie hebben we een lange rit gereden door de bergen.
  • Zij leert nu rijden, zodat ze binnenkort zelfstandig kan autorijden.

Woordoorsprong

Het woord 'rijden' komt van het Oudnederlands 'rīdan', wat 'bewegen' of 'gaan' betekent.

Veelgestelde vragen over rijden

Wat is de betekenis van rijden?

rijden betekent: (erga) zich verplaatsen met behulp van een voertuig

Hoeveel betekenissen heeft rijden?

rijden heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je rijden in een zin?

Voorbeeld: “Zij reden naar Amsterdam.

Etymologie

* In de betekenis van ‘zich voortbewegen in of op een voertuig’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1220

Uitdrukkingen

  • Een scheve schaats rijden.verkeerde dingen doen
  • Iemand in de wielen rijden.iemand tegenwerken om te zorgen dat het mis gaat
  • Krakende wagens rijden het langst.nieuw hoeft niet altijd beter te zijn ofwel: mensen die vaak ziek zijn worden vaak toch heel oud
  • Men moet een paard de rug niet stuk rijdenmen moet niet te veel eisen van een ander
  • onder invloed rijdenhet besturen van een auto of ander vervoermiddel terwijl men pas geleden alcohol heeft gedronken

Vertalingen

Engelsdrive, ride
Duitsfahren, fahren, reiten
Spaansconducir, dirigir, ir en vehículo
Zweedsköra