rijgnaad

mannelijk (de)/ˈrɛixnat/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een voorlopige, losse naad gemaakt met een rijgsteek
    ‘Hier een rijgnaad, daar een rijgnaad, alleen al aan garen gaat me dat tien zloty kosten. En dan al dat werk, en wat er allemaal nog bijkomt, alles bij elkaar loopt het flink in de papieren, en waar is mijn winst? De Tweede Ronde. Jaargang 9 [https://www.dbnl.org/tekst/_twe007198801_01/_twe007198801_01_0117.php [p. 106] De zak Bogdan Wojdowski]