rijnboog

mannelijk (de)/ˈrɛinbox/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. aardrijkskunde (aardrijkskunde) deel van de rivier de Rijn dat van boven gezien een stukje van een grote cirkel lijkt
    {{ouds
  2. aardrijkskunde (aardrijkskunde) gebied dat in een kromming van de Rijn ligt
  3. politiek (politiek) plangebied in de binnenstad van Arnhem
    De instellingen worden gehuisvest in twee verschillende gebouwen bij de haven, die deel gaat uitmaken van de toekomstige Rijnboog.

Etymologie

* naar de bijnaam van de stoomlocomotieven die vanaf 1889 tussen Arnhem en Utrecht gingen rijden; deze bijnaam verwijst zelf weer naar de en "bogie", een kenmerkend onderdeel van de locomotief