rijnboog
mannelijk (de)/ˈrɛinbox/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (aardrijkskunde) deel van de rivier de Rijn dat van boven gezien een stukje van een grote cirkel lijkt{{ouds
- (aardrijkskunde) gebied dat in een kromming van de Rijn ligt
- (politiek) plangebied in de binnenstad van ArnhemDe instellingen worden gehuisvest in twee verschillende gebouwen bij de haven, die deel gaat uitmaken van de toekomstige Rijnboog.
Etymologie
* naar de bijnaam van de stoomlocomotieven die vanaf 1889 tussen Arnhem en Utrecht gingen rijden; deze bijnaam verwijst zelf weer naar de en "bogie", een kenmerkend onderdeel van de locomotief
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek