rijp
Wat is de betekenis van rijp?
rijp betekent: (meteorologie) (Nederlands-Nederlands) rijm, aangevroren dauw of mist
Betekenis
- (meteorologie) (Nederlands-Nederlands) rijm, aangevroren dauw of mist
- (Noordoost-Nederlands) stenen voetpad
- (verouderd) oever, waterkant, rand
- de eetbare toestand bereikt hebbend
- (figuurlijk) tot volwassenheid gekomen zijnde
Voorbeelden van "rijp" in een zin
- Alleen de rijpe vruchten zijn lekker.
- Hij is rijp voor de tien kilometer.
Betekenis en uitleg van rijp
Het woord 'rijp' verwijst naar de toestand waarin iets, zoals fruit of ideeën, volledig ontwikkeld en klaar voor gebruik is. Het kan ook een gevoel van volwassenheid of gereedheid aanduiden, zowel letterlijk als figuurlijk.
Je gebruikt 'rijp' vaak in de context van voedsel, zoals bij het plukken van fruit dat zoet en sappig is. Daarnaast kan het ook betrekking hebben op persoonlijke ontwikkeling, zoals wanneer iemand rijp is voor een belangrijke levensbeslissing. Het woord kan ook een gevoel van tijdsaanduiding hebben; iets dat rijp is, is klaar om geconsumeerd of benut te worden.
Voorbeelden
- De appels in de boom zijn nu rijp en kunnen geplukt worden.
- Na jaren van ervaring voelde hij zich eindelijk rijp genoeg om de leiding over het project te nemen.
- Haar ideeën over het onderwerp zijn rijp en goed doordacht, wat het debat spannend maakt.
Woordoorsprong
Het woord 'rijp' komt uit het Oudnederlands en is verwant aan het Germaanse woord 'rīpaz', wat 'bereid' of 'klaar' betekent.
Veelgestelde vragen over rijp
Wat is de betekenis van rijp?
rijp betekent: (meteorologie) (Nederlands-Nederlands) rijm, aangevroren dauw of mist
Hoeveel betekenissen heeft rijp?
rijp heeft 5 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft rijp?
rijp is een mannelijk (de).
Hoe gebruik je rijp in een zin?
Voorbeeld: “Alleen de rijpe vruchten zijn lekker.”
Etymologie
* bn: (erfwoord): Vanaf 1100 overgeleverd; Oudnederlands rīp, ontwikkeld uit Oergermaans *rīpiz ‘geschikt om geplukt te worden’, een vṛddhi-afleiding van *rīpan- ‘oogsten, plukken’ (waaruit Oudengels rīpan ‘oogsten’, Noors ripa ‘ritsen’, (dial.) ‘afrukken, afplukken’), bij Indo-Europees *h₁reip- ‘scheuren’, waartoe ook Middeliers répaid ‘hij rukt, scheurt stuk’, Oudgrieks ereípein ‘doen neerstorten, openscheuren’ en Russisch dial. repnutʹ ‘barsten’ behoren. Evenals Nederduits riep, Duits reif en Fries ryp.