rijshout
onzijdig (het)/ˈrɛishɑut/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (waterbeheer) staken en tenen van veelal wilgenhout die oorspronkelijk werden geoogst in de grienden (rietlanden) langs de rivieren en in de Biesbosch, voornamelijk gebruikt voor het vervaardigen van zinkstukken
Vertalingen
Engelsbrushwood
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek