rijstkorrel

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. korrel rijst
  2. zaadkorrel van de rijstplant met een omvang van ongeveer 3 mm3
    Die idioten dachten dat het een makkie zou zijn — we konden de Bunkerwereld immers ook bouwen, dus hoe moeilijk kon het zijn? Maar algauw beseften ze dat je met moderne opslagapparaten weliswaar een hele bibliotheek kon opslaan in een rijstkorrel, maar dat die informatie hooguit tweeduizend jaar zonder dataverlies kon blijven bestaan.
    Ik reed zonder naar de radio te luisteren, volledig in beslag genomen door gedachten over de foetus, die de afmetingen van een rijstkorreltje had.