rijt
/rɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (waterbeheer) watergeul in (voormalig) buitendijks gebied in Friesland en Groningen
Etymologie
*: (erfwoord), via Middelnederlands: "rijt" van Oudnederlands "rith"; cognaat met : ryd "slenk, geul of greppel", in de betekenis van ‘uitwatering’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek