rijzen
/ˈrɛizə(n)/
Wat is de betekenis van rijzen?
rijzen betekent: (erga) opstijgen, opgaan
Betekenis
werkwoord
- (erga) opstijgen, opgaan
- (erga) (kookkunst) (van brood of beslag) uitzetten en luchtig worden
- (erga) naar voren komen, zich aandienen
- (erga) loslaten en afvallen van een aantal zeer kleine gedeelten
Voorbeelden van "rijzen" in een zin
- Japan is het land van de rijzende zon.
- Het deeg is nog niet voldoende gerezen.
- Er rijst een vraag.
- Er zijn dienaangaande enige bezwaren gerezen.
- De naalden rijzen van de dennenboom.
Etymologie
* van Middelnederlands "risen", in de betekenis van ‘zich oprichten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285
Uitdrukkingen
- overeind rijzen
Vertalingen
Engelsrise, rise
Duitsaufgehen
Spaansascender, subir, levar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek