rijzen

/ˈrɛizə(n)/

Wat is de betekenis van rijzen?

rijzen betekent: (erga) opstijgen, opgaan

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) opstijgen, opgaan
  2. erga, kookkunst (erga) (kookkunst) (van brood of beslag) uitzetten en luchtig worden
  3. erga (erga) naar voren komen, zich aandienen
  4. erga (erga) loslaten en afvallen van een aantal zeer kleine gedeelten

Voorbeelden van "rijzen" in een zin

  • Japan is het land van de rijzende zon.
  • Het deeg is nog niet voldoende gerezen.
  • Er rijst een vraag.
  • Er zijn dienaangaande enige bezwaren gerezen.
  • De naalden rijzen van de dennenboom.

Betekenis en uitleg van rijzen

Rijzen betekent dat iets omhoog komt of toeneemt, vaak gebruikt in de context van deeg dat tijdens het bakken luchtig en volumineus wordt. Het kan ook verwijzen naar de groei of ontwikkeling van iets, zoals een idee of een plan.

Het woord 'rijzen' wordt vaak gebruikt in de keuken, vooral bij het maken van brood of gebak, waar gist of luchtbellen ervoor zorgen dat het deeg groter wordt. Ook in figuurlijke zin kan het gebruikt worden, bijvoorbeeld wanneer een project of ambitie steeds meer vorm krijgt. De nuance van het woord ligt in de positieve connotatie van groei en verbetering.

Voorbeelden

  • Tijdens het bakken liet ik het deeg rijzen totdat het verdubbeld was in omvang.
  • Haar enthousiasme voor het nieuwe project begon te rijzen, wat het team inspireerde.
  • De zon begon te rijzen boven de horizon, wat de start van een nieuwe dag aankondigde.

Woordoorsprong

Het woord 'rijzen' komt van het Oudnederlands 'rīsen', dat 'omhoog komen' of 'verheffen' betekent. Het heeft verwantschap met andere Germaanse woorden die groei of stijging aanduiden.

Veelgestelde vragen over rijzen

Wat is de betekenis van rijzen?

rijzen betekent: (erga) opstijgen, opgaan

Hoeveel betekenissen heeft rijzen?

rijzen heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je rijzen in een zin?

Voorbeeld: “Japan is het land van de rijzende zon.

Etymologie

* van Middelnederlands "risen", in de betekenis van ‘zich oprichten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285

Uitdrukkingen

  • overeind rijzen

Vertalingen

Engelsrise, rise
Duitsaufgehen
Spaansascender, subir, levar