woorden
boek
Start
βΊ
R
βΊ
Rim
Rim
mannelijk/vrouwelijk (de)
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
rand of richel aan het houten beschot in een vertrek, (waarop men voorwerpen ter versiering plaatst)
Etymologie
*van het Engels
Verwante woorden
rimboe
rimboes
Rimburg
Rimburgerweg
Rimmelzwaan
rimmen
rimpel
rimpelbehandeling
rimpelbuisobstakelbeveiliger
rimpelbuisobstakelbeveiligers
rimpelde
rimpelden
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
π Synoniemen van Rim
β rilt
rimboe β
Meer woorden met R
raamgewichten
radarschermen
raddraaierij
ragden
Rampersadweg
rapsode
raspvijl
Ravensbergen
ReahΓ»s
rechercheonderzoeken