ringen

/ˈrɪŋə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov, dierkunde (ov) (dierkunde) dieren, veelal vogels voorzien van een genummerde band om poot of hals ter identificatie en/of onderzoek naar verspreiding en trekgedrag
    Als we deze vogels hebben geringd gaan we naar huis.
  2. ov, bosbouw (ov) (bosbouw) bij een stam of tak rondom een reep schors verwijderen

Etymologie

*afgeleid van "ring"

Vertalingen

Engelsring
Fransbaguer
Duitsberingen