rinkelbom
mannelijk (de)/ˈrɪŋkəlˌbɔm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziekinstrument) eenvoudig slaginstrument bestaande uit een hoepel die met een vel bespannen is en waaraan enkele belletjes bevestigd zijnVan Teylingen is onder zijn nieuwe naam Hayeesjvar Das - kale knikker met staartje, strepen op het voorhoofd, oosterse lappen aan en de rinkelbom in de hand - zingend en dansend de straat op gegaan.Rijk en arm maakt z'n huppeltje om de rinkelbom!’ verkondigde Riek, deed of ze de tamboerijn hanteerde, maakte logge danspassen door de kamer naar de trap, waar ze dalend de ellen voor de loper schatte en glunder adviseerde: ‘Gauw zien, dat we uit de nesterij raken, jonges!
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek