rinoplastiek
vrouwelijk (de)/ˌrinoplɑsˈtik/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- esthetische chirurgie toegepast op de neusIk hoopte dat ze zou vallen en zich zou verwonden, ik bad om uitgebreide reconstructieve chirurgie en noodzakelijke rinoplastiek om haar te kunnen laten ademen en haar weer een soort gezicht terug te kunnen geven na een vreselijk auto-ongeluk met gruwelijke brandwonden.
Etymologie
*gevormd met "ῥινός" (rhinos) "van de neus" en plastiek
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek