riool

onzijdig (het)/riˈjol/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een vaak ondergronds kanaal voor de afvoer van drek en ander afvalwater
    Door de plotselinge stortbui liep het riool over.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘afvoerkanaal’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1380

Vertalingen

Engelssewer
Franségout
DuitsAbwasserkanal, Kanalisationsschacht
Spaansalcantarilla, cloaca, sumidero