risken
/ˈrɪskə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) (spel) in een groepje het strategische bordspel "Risk" spelenJoris: "Wij spelen Risk met het mes op tafel, maar spelen nooit vals. Wanneer we met ons vaste ploegje risken is het wel oorlog, dan wil je een ander graag bombarderen."Risk biedt verrassend veel mogelijkheden. Telkens is het spelbeeld weer anders. En altijd even spannend. Het klinkt gek misschien, maar komende zomer willen we weer een marathon houden. Maar dan een van honderd uur. Honderd uur aan één stuk risken.De fles op tafel en de hapjes in de keuken zijn onmisbare onderdelen van de slijtageslag, die "Risk" kan zijn. (…) De echte diehards dromen ervan ooit nog eens te "Risken" met één, voor ieder gelijke opdracht: "Verover de gehele wereld!"
Etymologie
*afgeleid van de merknaam "Risk" , geschreven met een hoofdletter aangetroffen vanaf 1977 en met een kleine letter vanaf 1983 (zie vindplaats hieronder)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek