risotto
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- rijstgerecht uit Italië, waarbij men de rijst eerst bakt en daarna kookt in bouillonOh, ja ’s morgens had ik met vrienden paddenstoelen gezocht. En we maakten er een risotto mee.de Telegraaf FELIX WILBRINK 03 nov. 2017Zo, het laatste pompoenrecept dit jaar? We hebben de soep al gehad. Oh, er komt natuurlijk nog een risotto voor de echte liefhebbers. Oké, het een-na-laatste dan vanwege dat ik gewoon niet gek op pompoen ben. Dit recept vond ik in het jongste boek van Karin Luiten. “Slim, zonder pakjes en zakjes”.de Telegraaf 31 okt. 2017Slaat de verveling toe tijdens de zoveelste plensbui? Duik dan de keuken in en leef je uit op deze heerlijke paddenstoelenrisotto van onze Foodblogger Susan Aretzde Telegraaf 06 jan. 2016
Etymologie
* uit het Italiaans
Vertalingen
Engelsrisotto
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek