ritme
onzijdig (het)/ˈrɪtmə/
Wat is de betekenis van ritme?
ritme betekent: (muziek) een zich in de tijd herhalend patroon van geluiden
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) een zich in de tijd herhalend patroon van geluiden
- een zich in de tijd herhalend patroon van handelingen of gebeurtenissen
Voorbeelden van "ritme" in een zin
- ' Ik luisterde naar het ritme van haar stem: afgemeten en omfloerst; hij klonk niet helemaal Engels, hoewel er genoeg accent van een tochtige kostschool in doorklonk.
- Hoe het ritme van onze voeten het ritme van de dag bepaalt.
- Het was even wennen om helemaal alleen door de uitgestorven woestijn te lopen, maar toch raakte ik geleidelijk in een ritme.
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘wisseling in beweging’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1734
Vertalingen
Engelsrhythm
Fransrythme
DuitsRhythmus
Spaansritmo, cadencia
Poolsrytm
Deensrytme
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek