ritueel

onzijdig (het)/ˌrityˈwel/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een geheel van vooraf vaststaande en gebruikelijke handelingen
    Een ritueel bindt mensen tezamen.
    Nog voordat ik mijn pakken en overhemden ging uithangen in de kleerkast in de achterkamer, voerde ik het ritueel uit waarmee ik het bureau als mijn territorium markeerde.
    Ik hou nu eenmaal van rituelen en heb door de jaren heen het een en ander overgenomen van de kerken die ik heb bezocht.

Etymologie

*afgeleid van rite

Vertalingen

Engelsritual, ritual
Fransrituel, rituel
DuitsRitual, rituell
Spaansritual, ritual