ritzege
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈrɪtsexə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het winnen van een etappe van een wielerwedstrijdOp de laatste klim sloegen de Colombiaanse klimmers toe. López, die als nummer 3 in het klassement aan de rit begon, mocht uiteindelijk juichen met eindwinst, terwijl de ritzege voor Nairo Quintana (Movistar Team) was. Tubantia 17-02-19 [https://www.tubantia.nl/sport/colombiaans-succes-in-eigen-koers-ritzege-quintana-eindwinst-lopez~a46c3b65/ Colombiaans succes in eigen koers: ritzege Quintana, eindwinst López]De tweede ritzege van de Kazak was de zevende overwinning voor Astana binnen vier dagen. Tubantia 18-02-19 [https://www.tubantia.nl/sport/loetsenko-leider-in-oman-na-tweede-ritzege~a6c3987d/ Loetsenko leider in Oman na tweede ritzege]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek