rodehond
mannelijk (de)/ˌro.də.ˈhɔnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) een infectieziekte waarbij het gehele lichaam met rode plekken en bulten bedekt is
Etymologie
*Verschillende varianten, rood-ionck, rood-hond, rood-ioock, rood-vonck “rode puistjes”, volksetymologisch vervormd uit "roodiongh", een ziekte die ‘de ionghe kinders hebben; La petite rougeole’ (1562).
Vertalingen
Engelsrubella
Fransrubéole
DuitsRöteln
Spaansrubéola
Italiaansrosolia
Zweedsröda hund
Deensrøde hunde
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek